|
|
 |
 |
|
 |
| |
Toeristische info |
 |
De Head voert ons vanaf 2007 de stad UIT. Veel redenen zijn daarvoor aangevoerd, o.a. de veiligheid van de begeleidende fietsers. Een logisch startpunt voor meefietsen is de Rozenoordbrug (zie plattegrond). Er is de mogelijkheid om hier de boten op te wachten en mee te fietsen zonder gestoord te worden door autoverkeer. Op informatieborden zullen de te verwachten doorkomsttijden worden vermeld en in geval van regen is er ook nog de mogelijkheid om de boten droog op te wachten. Bovendien wordt vanaf hier het uitzicht op de Amstel niet meer belemmerd door woonboten.
Om het meefietsen vanaf de Rozenoordbrug aantrekkelijk te maken volgt hier een beschrijving van wat er vanaf hier aan bijzonders langs de Amstel te zien is.
Rozenoordbrug: Deze brug is in gebruik genomen in 1981 en heeft sindsdien een groeiende stroom auto’s, treinen en metro’s verwerkt. Als verbindingsbrug een belangrijke schakel van de A10, de rondweg van Amsterdam, met de afsplitsing naar de A2.
Op het informatiebordje bij de Rozenoordbrug staat te lezen dat de naam afgeleid is van de rozenkwekerij die hier vroeger lag. Een minder prettig historisch feit is dat op deze plek fusillades werden uitgevoerd tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Amstelrust Dit is het eerste van de drie buitenverblijven die langs dit deel van de Amstel bewaard zijn gebleven. Tot voor kort het domein van krakende kunstenaars die gebouw en park openstelden voor publiek. De Amerikaanse eigenaar werd door de rechter uiteindelijk in het gelijk gesteld en de renovatie kan doorgang vinden. Sindsdien zijn er weinig bouwactiviteit waargenomen, maar het hek blijft voor ons helaas wel gesloten.
Veel Amsterdamse roeiers zijn onbekend met de naam Amstelrust, maar zullen u wel weten te vertellen dat dit huis het spookhuis wordt genoemd.
De buitenverblijven: Drie bewaard gebleven buitenverblijven, dat is bijzonder weinig als je bedenkt dat er in de 17e en 18e eeuw nog 41 buitenverblijven tot aan Ouderkerk aan de Amstel geteld konden worden. De economische malaise aan het eind van de 18e eeuw en de vele faillissementen die daarop volgden, zijn er de oorzaak van dat de sloper Frederik Kaal zijn slag kon slaan. Hij kocht de landgoederen op, sloopte ze en verkocht de vrijgekomen grond als tuinderijen of moestuinen. Daarmee kwam een einde aan het tafereel van schuiten op de Amstel gevuld met huisraad en meubilair van de rijke Amsterdammers die zich in de zomer naar hun buitenhuizen verplaatsten. De stank van de grachten, die toen nog in gebruik waren als openbaar riool, was in de zomermaanden zo ondraaglijk dat ze de grachtengordel maar wat graag ontvluchten. Eigenlijk was de Amstel tweede keuze voor ze. Het liefst waren ze richting het Gooi of de Vechtstreek gegaan, want de Amstel kende een aantal vervelende nadelen. De veengrond bood een slappe ondergrond en de kosten om de voortdurende verzakkingen te verhelpen waren hoog. De lucht was zwaar en vochtig en het stikte er van de muggen. De ligging zo dicht bij de stad zal echter toch deze bezwaren hebben opgewogen.
Het Amstelpark: Het omheinde groen waar u nu langs fietst is een erfenis van de in 1972 gehouden internationale tuinbouwtentoonstelling Floriade. Hier kan gewandeld worden door o.a. een Japanse tuin, een heemtuin, een coniferentuin of het Rosarium. Voor de kinderen is hier een speeltuin (mét kabelbaan), een kinderboerderij en een spannend doolhof. In parkcafé de Hop zijn poffertjes te krijgen.
De dichtstbijzijnde ingang is te vinden aan de weg vanaf de rotonde langs de molen aan de rechterkant.
De Riekermolen en Rembrandt: Het lijkt alsof de molen hier uitrust van vele eeuwen hard werk om het gebied droog te malen, maar hoe natuurlijk de molen hier ook in de omgeving past, hij stond daarvoor eeuwenlang aan het Nieuwe Meer. In 1961 is hij hier herbouwd en is sindsdien door ontelbaar veel toeristen vereeuwigd. Menige roeier is hier en passant ook meegenomen als toeristenkiekje naar het land van herkomst, veelal richting Azië.
Rembrandt: Hij is vaak de stad uitgetrokken met zijn schetsboeken richting Amstel. Dankzij hem (en veel van zijn collega’s) kunnen we ons nu nog een voorstelling maken van de buitenverblijven die hier in zijn tijd gestaan hebben.
Het Kleine Kalfje: Hier kunt u terecht voor een kop koffie, uw lunch of diner. Een geliefde stopplaats voor fietsers en wandelaars die – als het weer het toelaat - op het terras aan de Amstel kunnen genieten van uitzicht over het water.
Doordat de accijns buiten de stadsmuren aanzienlijk lager was trof men langs de Amstel veel herbergen aan die niet alleen bezocht werden door dorstige reizigers maar ook door stedelingen die zich hier kwamen laven aan spijs en drank. En... plezier maakten met de dames van lichte zeden die deze herbergen ook frequenteerden.
De Grote Bocht: Een spannende plek voor de stuurlieden van de Head. Wie sensatie zoekt kan hier wachten op het moment dat twee boten (of meer) elkaar het recht ontzeggen om de ideale koers te volgen. Spektakel verzekerd.
Vanwege de vele bochten en ondiepte is de Amstel nooit geschikt geweest voor de grote scheepvaart, maar er was wel veel regionaal vervoer. Uiteraard vervoerden de boeren hun opbrengsten over het water naar de stad, maar nog belangrijker was de Amstel als waterweg voor het vervoer van drinkwater. Het grachtenwater dat al snel te vervuild raakte om nog veilig te drinken, maakte Amsterdam afhankelijk van de aanvoer door drinkschuiten uit o.a. Nigtevegt en Abcoude. Met het in zwang raken van trekschuiten moesten er in de grote bochten van de Amstel voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de schuiten tegen de oevers aanliepen. De paardenkracht werd in goede banen geleid door de touwen in de bochtige stukken langs rolpalen te geleiden. Toch heel wat vriendelijker dan de boeien die tijdens de Head de stuurlieden op de beperkingen van de baan moeten wijzen... In de vorige eeuw was deze bocht vooral berucht bij automobilisten. Menigeen heeft de scherpte van de bocht onderschat en kon niet voorkomen dat er watercontact plaatsvond.
De Naald: Dit is een zogenaamde banpaal die aangaf dat hier het rechtsgebied van de stad eindigde. Naarmate de stad groeide kwamen de banpalen steeds verder het achterland in. De banpalen werden ook wel mijlpalen genoemd, een verwijzing naar de afstand van ongeveer 7,5 km en de grens voor degenen die als straf verbannen waren uit de stad. Het was de verbanneling verboden om verder dan deze paal te komen. Deze banpaal uit het begin van de 17e eeuw stond oorspronkelijk op de hoogte van het Kleine Kalfje. Sinds 1921 is dit de gemeentegrens tussen Amsterdam en Amstelveen.
Wester-Amstel: Dit is het oudste van de bewaard gebleven buitenverblijven. Wester-Amstel stamt uit 1720 en is gebouwd op de plek waar het buitenverblijf van Nicolaas Pancras, raad en schepen van Amsterdam, heeft gestaan. In 1776 werd dit buiten op het nippertje gered uit de handen van sloper Frederik Kaal.
Het is in 1989 volledig gerestaureerd door “Groengebied Amstelland” dat het buiten in erfpacht heeft. In 1993 is ook het omringende park in zijn oude luister hersteld. De originele structuur van paden, waterpartijen, lindelaan, boomgaard en schapenweiden zijn opnieuw zichtbaar en er zijn prachtige siertuinen en nutstuinen. Het park is toegankelijk voor bezoekers.
In het achterhuis is een zaaltje waarin door de “Stichting Vrienden van Wester-Amstel” sociaal-culturele evenementen worden georganiseerd, zoals concerten, tentoonstellingen, lezingen en (natuur) excursies. De rest van het gebouw is in gebruik als kantoorruimte.
Watermolen de Zwaan: Aan de overzijde van de Amstel zien we een watermolen uit het begin van de 18de eeuw die tot 1910 een bijdrage heeft geleverd aan de bemaling van de Westbijlmer – en Klein Duivendrechtse polder. De molen ontleent zijn naam aan een familie die eind jaren veertig veel heeft bijgedragen aan de renovatie van de molen.
Turf: Amsterdam kon mede dankzij de aanwezigheid van brandstoffen in haar directe omgeving uitgroeien tot een grote stad. Dat op deze plek zo’n grote stad zou verrijzen moet voor de eerste bewoners van deze streken ondenkbaar zijn geweest. Wat zij hier aantroffen was drassig veengebied doorsneden door grotere veenrivieren. De hoger gelegen plekken (stelle in het Oudnederlands) in het natuurlijke water (ame in het Oudnederlands) werden hun woonplaatsen. Zo ontstond Ouderkerk aan de Amstel, verderop Nieuwerkerk aan de Amstel (tegenwoordig Amstelveen) en aan de monding van het IJ werd een dam in de Amstel gebouwd. Tussen 1500 en 1650 beleefde Amsterdam een enorme groei (van 10.000 tot 200.000 inwoners) met als gevolg dat ook de vraag naar turf (verveende grond) uit het achterland langs de Amstel enorm toenam. Voor veel inwoners van die streken was het turfsteken de enige manier om het hoofd boven water te houden. Het probleem was dat dit op zo’n grote schaal gebeurde dat de afwatering gevaar liep en het gebied dreigde te veranderen in een grote waterige gatenkaas. Graanteelt was door de wegrottende wortels al niet meer mogelijk, de boeren moesten omschakelen op veeteelt. De inklinking en turfafgravingen vroegen echter om steeds drastischer maatregelen. Inpoldering en het op grote schaal inzetten van molens moesten de watersnood oplossen.

Buitenplaats Oostermeer met theehuis: In 1704 was er zowel een boerderij als een buitenplaats met de naam Oostermeer, een naam ontleend aan de ligging ten oosten van het Pancrasmeertje. In 1757 verfraaide de nieuwe eigenaar Nicolaas Freher het landgoed. Hij liet er ook de koepel bouwen en aan de Amstel een aanlegsteiger met schuitenhuis. Een bekende eigenaar uit de 20ste eeuw is kunsthandelaar Jacques Goudstikker. Het buiten is nog steeds in gebruik voor privé-doeleinden en dus alleen vanaf de openbare weg te bezichtigen.
finish: Het zit erop voor de roeiers en u als begeleidende fietser, Ouderkerk is bereikt. Zij mogen nu in een rustig tempo terugroeien.Wilt u de tocht nog even voortzetten, fiets dan rechtdoor over de brug en u komt in de historische kern van het dorp, waar de oude herbergen nog steeds in functie zijn en de concentratie van goede keukens een enorme aantrekkingskracht uitoefent op de inwoners van Amsterdam. Dat is tegelijk een waarschuwing dat mocht u hier willen lunchen of dineren u wel tijdig zult moeten reserveren.
|
|
|
|
|